Vondel was een vrouw!

Vondel, Bredero, Hooft: het zijn de grote namen van het vroegmodern theater én het zijn alléén maar mannen! En dat terwijl vrouwelijke auteurs successen vierden in de Amsterdamse schouwburg in de 17e & 18e eeuw, maar wie kent nog de blijspelen van Catharina Questiers of de tragedies van Lucretia van Merken of Juliana de Lannoy? Stuk voor stuk toneelschrijvers die door hun tijdgenoten werden gezien als de nieuwe ‘Vondels’ van het toneel, maar in de 19e eeuw geen plek kregen in de literaire canon. In 2020-2021 stoft Theater Kwast zoveel mogelijk van hun stukken eenmalig af. Acteurs en musici repeteren in één dag een stuk en spelen het vervolgens dezelfde dag met tekst in de hand voor publiek. Om zo al deze vrouwen terug te brengen waar ze horen: op het toneel! 

Voor info zie www.theaterkwast.nl

Oproep: Houd de Heer op Solder

Een belangrijk zeventiende-eeuwse monument wordt bedreigd: teken de petitie om sluiting van Museum Ons’ Lieve Heer op Solder te voorkomen!

olhs

Museum Ons’ Lieve Heer op Solder is een unieke historische plek in het hart van Amsterdam. Helaas dreigt sluiting, omdat het Amsterdamse Fonds voor de Kunst ondanks een positieve beoordeling toch geen subsidie besloot toe te kennen.

 

 

Call for Papers RSA Panel: Patronage and Innovation

Patronage and innovation: how patronage shaped textual culture in the early modern world

Studying patronage is crucial for understanding the early modern world. Indeed, recent scholarship on patronage covers the fifteenth to the eighteenth centuries, it studies countries as diverse as Italy and the Dutch Republic, and it focuses on artifacts ranging from scientific theses to funerary poems, from paintings to coins. Although scholars of patronage occasionally cross borders between countries, genres, or time periods, we believe we can bring scholarship a step further by comparing contexts systematically to uncover underlying mechanisms. In this panel, we focus on textual patronage, by which we mean patronage of clients (authors, editors, printers) who produce texts of any kind.

Bringing together case studies from various contexts allows us to explore our main question of how textual patronage relates to the client’s intellectual and artistic freedom, and hence to originality and innovation. In which cases are authors free to create something new? Does economic or social success lead to more autonomy? Is patronage a stimulus for innovation, or does it prevent authors from being innovative? In other words, is patronage limiting or liberating? The question of what causes innovation is one of the points of focus within the interdisciplinary field of the history of knowledge, and several tentative explanations have been suggested. By focusing on patronage relations, we add another perspective to this debate.

Our aim is to compare case studies of patronage across regions, periods, communities, ideologies, and genres, in order to draw tentative conclusions about patronage in relation to intellectual and artistic freedom. We invite speakers from literary studies as well as intellectual history and history of science to submit papers. We intend to make the panel a collaborative effort and would like to discuss in advance with all presenters which specific questions we will all answer, in order to systematically study the mechanisms of innovation in textual products of patronage.

 

Submission guidelines

Interested participants are invited to submit the following:

  • a 400-word abstract as well as a 150-word short version
  • a curriculum vitae, including full name, affiliation, and email address; max. 5 pages
  • paper keywords.

Please send all materials to Annet den Haan (a.denhaan@uu.nl) and to Nina Geerdink (n.geerdink@uu.nl). The deadline for submissions is 31 July 2020. Decisions on submissions will be sent out at least one week before the RSA submission deadline of 15 August 2020.

All participants in the Dublin conference (on site or virtual) must be members of the Renaissance Society of America. Please not that RSA rules allow a participant to present only one paper.

 

Jaarcongres 2020 geannuleerd

Het zal waarschijnlijk niet verbazen dat het bestuur van de werkgroep Zeventiende Eeuw heeft moeten besluiten in 2020 geen jaarcongres te houden. Het geplande congres op vrijdag 28 augustus a.s. in Utrecht gaat helaas niet door.

De organisatie van het congres, dat dit jaar als thema zou hebben ‘De culturele dimensie van de Nederlandse expansie overzee’, was al in volle gang en het beloofde een dynamische, internationale bijeenkomst te worden. Gelukkig betekent uitstel geen afstel en zijn congrescommissie en sprekers bereid in 2021 alsnog het jaarcongres te organiseren rond dit spannende thema. Het volgende jaarcongres kan dus alvast in de agenda, het zal plaatsvinden op vrijdag 27 augustus 2021 in Utrecht.

De scriptieprijs kan door het uitstellen van het congres dit jaar niet feestelijk overhandigd worden, maar zal wel uitgereikt worden. De jury is al druk aan het lezen. Kandidaten zullen eind augustus persoonlijk op de hoogte gebracht worden van de uitslag, daarnaast ontvangen alle werkgroepleden een mail waarin de winnaar bekend gemaakt wordt.

Call for Papers: Themadossier Jaarboek De Zeventiende Eeuw

Tijdloos? Op zoek naar het ritme van het dagelijkse leven in de lange zeventiende eeuw

We leven onder een verschroeiende tijdsdruk. Elke dag moeten we rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan om werk en vrije tijd te combineren, de kinderen naar school te brengen, ons potje te koken en – als het even kan – ook nog voldoende te slapen. Nieuwe en alsmaar snellere transport- en communicatiemiddelen versterken het gevoel van een tomeloze acceleratie van het dagelijkse leven. Elke minuut – elke seconde – wordt afgemeten met polshorloges, mobiele telefoons, chronometers, prik- en stationsklokken, schoolbellen, kookwekkers en andere tijdsmeters. Yoga, meditatie en mindfulness, workshops voor slow cooking, wellnessweekendjes en tal van andere middeltjes moeten ons helpen om stoom af te blazen en een beetje te onthaasten. Die wurgende tijdsdruk wordt door tal van psychologen aangevinkt als de kwaal van onze eeuw.

Dat roept uiteraard allerlei vragen op over het verleden. Hoe belangrijk waren kerk- en torenklokken, zakhorloges, zandlopers en zonnewijzers in de zeventiende eeuw? Welk effect hadden nieuwe transport- en communicatiemiddelen – van trekschuiten en jaagkoetsen tot brieven en kranten – op het tijdsbesef? Hoe beïnvloedde technologie het tijdsbewustzijn van mannen en vrouwen, arm en rijk, jong en oud, stads- en plattelandsbewoners, locals, migranten en reizigers? Naast evoluties in tijdsbewustzijn wil dit themadossier ook op zoek naar breuken in het dagelijkse tijdsgebruik. Hoeveel tijd besteedden zeventiende-eeuwers aan werk, huishoudelijke klusjes, vrije tijd, religie, sociale participatie, persoonlijke hygiëne of slaap? Hoe beïnvloedden maatschappelijke ontwikkelingen zoals de Vries’ industrious revolution of Burkes invention of leisure de balans tussen al die activiteiten? Welke morele normen, beelden en discoursen bestonden er rond ijver en luiheid? Tenslotte wil dit themanummer ook op zoek naar tijdsgebonden emoties. Kampten zeventiende-eeuwers ook met moordende tijdsdruk of eerder met tomeloze verveling? Hadden ze het gevoel dat ze in een tijd van ongeziene acceleratie leefden? Of ging het leven zijn gezapige gangetje?

Om zoveel mogelijk facetten van tijd in de zeventiende eeuw te exploreren, willen we graag een breed pallet aan bronnen aanboren: persoonlijke brieven, memoires en dagboeken, kronieken, juridische dossiers, boedelinventarissen, schoolreglementen en ordonnantiën, maar ook preken, pamfletten, moppen, liedjes, toneelstukken, lijkdichten, prenten en schilderijen, enzovoort. Daarnaast nemen we ook de lange zeventiende eeuw in ogenschouw. Tenslotte willen we de Nederlanden ook zo ruim mogelijk inkleuren. Naast bijdragen over de Nederlandse Republiek en de Spaanse Nederlanden is ook onderzoek naar tijd in een koloniale context meer dan welkom.

Wil je graag een bijdrage leveren aan dit themadossier? Stuur dan een kort abstract (ca. 500 woorden) en een kort CV (ca. 50 woorden) naar gerrit.verhoeven@uantwerpen.be. Deadline voor het inleveren van dat abstract is 1 september 2020. Uitgewerkte artikelen (max 5000 woorden) worden verwacht tegen 1 januari 2021.

Oproep: scriptieprijs voor adelsgeschiedenis

Virtus scriptieprijs voor adelsgeschiedenis 2020

In 2020 reikt de Werkgroep Adelsgeschiedenis voor de derde maal de Virtus scriptieprijs voor adelsgeschiedenis uit.

De Virtus scriptieprijs wordt toegekend aan de beste (research)masterscriptie waarin een substantiële rol is weggelegd voor (een aspect van) de adelsgeschiedenis. De winnaar ontvangt naast de scriptieprijs een bedrag van 500 euro en krijgt de mogelijkheid de scriptie te bewerken tot een artikel dat, mits positief beoordeeld door de redactie en twee externe referenten, zal worden geplaatst in Virtus, Jaarboek voor adelsgeschiedenis.

Ingezonden scripties worden beoordeeld door een jury bestaande uit prof. dr. Koen Ottenheym (voorzitter), dr. Conrad Gietman, dr. Elyze Storms-Smeets en dr. Claartje Wesselink.

Meer informatie over Virtus scriptieprijs, zoals vereisten en contactgegevens, vindt u op: http://www.adelsgeschiedenis.nl/index.php/nl/scriptieprijs.

Uiterlijke datum van inzending is 1 oktober 2020.

De Virtus scriptieprijs voor adelsgeschiedenis 2020 wordt mede mogelijk gemaakt door een subsidie van het Stichting Professor van Winter Fonds

Column uit de museumwereld: collectie of commercie?

Op de website van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde staat weer een nieuwe column uit de gelederen van de werkgroep Zeventiende Eeuw. In ‘Collectie of commercie? Museumbeleid in perspectief’ schrijft Marianne Eekhout, conservator geschiedenis in het Dordrechts Museum, over programmeren met de collectie als uitgangspunt zonder de bezoekers uit het oog te verliezen.

Nota bene: deze column is geschreven vóór de Coronacrisis.

Postgraduate Colloquium London: Urban Space and Civic Identity in the Low Countries and Beyond

2020 ALCS POSTGRADUATE COLLOQUIUM 

City Lights: Urban Space and Civic Identity in the Low Countries and Beyond

Senate House, University of London

9-10 July 2020

‘The cities of the world are concentric, isomorphic, synchronic … It’s the effect of their permanent revolution, their intense circulation, their instantaneous magnetism – so different from the rural universe where a sense of the global simultaneity of exchanges does not exist’.

Jean Baudrillard.

Caesar van Everdingen, Diogenes Seeks a True Man, 1652. Mauritshuis, The Hague.

The Association for Low Countries Studies is delighted to announce its third postgraduate colloquium, “City Lights”. Proposals are invited from PhD candidates and early career researchers in the humanities and social sciences. The colloquium will bring together young scholars from the UK and internationally to explore urban space and civic identity in Benelux from an interdisciplinary perspective.

The Low Countries is one of the world’s most urbanised regions. Since the Middle Ages, advances in mercantilism, industry and land reclamation had spurred Bruges, Antwerp and Amsterdam toward exponential growth. Meanwhile, claims to political autonomy and religious freedom caused tension with the powers that be, erupting most violently during the Eighty Years’ War (1568-1648). Today, many Netherlandish cities retain a unique sense of identity, manifested in dialects, local legends and civic buildings.

Cities are the engines of culture for both their social connectivity and their inspiring topographies. Chambers of rhetoric were once a mainstay of burgerlijk culture, while civic guilds commissioned some of Rembrandt’s most celebrated works, not least the Night Watch. Entire sub-industries of painting capitalised upon the beauty of Amsterdam’s canals and Utrecht’s churches, and Amsterdam has continued to inspire writers and filmmakers, from Albert Camus to Paul Verhoeven. Are cities replete with utopian possibility, or are they moral and ecological miasmas? As Plato remarked in the Republic, ‘Any city, however small, is in fact divided into two, one the city of the poor, the other of the rich’. How does the countryside compare?

Proposals on this year’s theme are broadly welcome, but those covering cities and empire, as well as the phenomenology of urban space (including smell- and soundscapes), especially so.

Please send an abstract of no more than 300 words to Adam Sammut, c/o anws500@york.ac.uk, with “ALCS 2020” in the subject heading, together with a short biography. Bursaries will be available, with priority given to self-funded students. Please indicate should you wish to be considered.

Deadline for submissions: 31 March 2020.