RKD-lezing: Amsterdamse regentenstukken

Middelkoop 2016

Elke maand biedt het RKD onderzoekers een podium om recent onderzoek aan een breder publiek te communiceren. Op donderdag 18 februari spreekt Norbert Middelkoop, conservator schilderijen, tekeningen en prenten van het Amsterdam Museum.

Naast de schuttersstukken behoren de regentenstukken tot het typisch Hollandse culturele erfgoed. In de collectie van de stad Amsterdam bevinden zich zo’n zestig van deze groepsportretten, vervaardigd tussen 1615 en 1835. Sinds kort wordt daarvan een goede selectie getoond in de Hermitage Amsterdam. Eveneens zijn deze stukken in het Rijksmuseum en het Amsterdam Museum te zien. Een regentenstuk verbeeldt het goede bestuur van het afgebeelde college. Niet zonder reden wordt dat doorgaans aan de vergadertafel afgebeeld, hoewel er interessante uitzonderingen zijn.

In deze voordracht wordt stilgestaan bij het ontstaan van dit bijzondere genre. Waarom en door welke instellingen werden de eerste regentenstukken besteld en wat bepaalde het moment van een volgende opdracht? En wat gebeurde er wanneer de wanden van de regentenkamers gevuld waren? Ook komt de hiërarchie binnen het regentenstuk ter sprake; veelal zijn de namen bekend, maar wie is nu wie op het schilderij?

Toegangskaarten kosten €15,- (studenten tot 25 jaar €5,-) en zijn te bestellen via de RKD-webshop. Vrienden kunnen zich gratis aanmelden via hofstede@rkd.nl. Wilt u Vriend worden? Dit kan via de RKD-website. De lezing vindt plaats op donderdag 18 februari bij het RKD, Prins Willem Alexanderhof 5, Den Haag. Inloop vanaf 16.45 uur, lezing 17.00-18.00 uur. Na afloop van de lezing is er een borrel tot 19.00 uur.

Advertenties

Masterclass Tussen publiek en privé: Engelse en Nederlandse schrijfsters uit de vroegmoderne tijd

Tussen publiek en privé: Engelse en Nederlandse schrijfsters uit de vroegmoderne tijd

346KatharineLescailje2Op 1 maart a.s. verzorgt Martine van Elk ( California State University Long Beach) om 15.30 u. de colloquiumlezing in het Amsterdams Centrum voor de studie van de Gouden Eeuw: Publicizing Female Virtue on the Dutch Stage: Verwers, Questiers, and Lescailje

Voorafgaand aan het colloquium organiseert het Amsterdams Centrum voor de studie van de Gouden Eeuw een masterclass voor onderzoekers en studenten over de toetreding tot het publieke domein van zeventiende-eeuwse schrijfsters uit Engeland en Nederland. Martine van Elk en Nina Geerdink (Universiteit Utrecht) zullen ingaan op thema’s uit hun onderzoek naar schrijfsters, zoals de ideologie over huiselijkheid, de relatie tussen privé-omstandigheden en publieke zichtbaarheid en de mogelijkheden om met schrijven geld te verdienen. Er is ruim gelegenheid voor discussie, ook over eigen onderzoek en vragen van de deelnemers.

Het aantal deelnemers is beperkt; aanmelding is verplicht. Er zijn geen kosten verbonden aan deelname. De voertaal is Nederlands. Locatie: P.C. Hoofthuis, Spuistraat 134, Amsterdam, lokaal K04. Aanmelding vóór 28 februari bij: Lia van Gemert (e.m.p.vangemert@uva.nl)

Programma

13.00-13.15 u.   Lia van Gemert: Introductie

13.15-13.50 u.   Martine van Elk: Huiselijkheid, privacy en publieke sfeer. Lezing en discussie

13.50-14.00 u.   Pauze

14.00-14.35 u.   Nina Geerdink: Verdienmodellen voor vrouwen. Het probleem van de publiciteit. Lezing en discussie

14.35-15.00 u.   Plenaire discussie

 

Abstracts

Martine van Elk, Huiselijkheid, privacy, en publieke sfeer bij Engelse en Nederlandse schrijfsters

In mijn bijdrage bekijk ik onderzoeksmogelijkheden naar de relatie tussen de publieke en privé sfeer, een onderwerp dat bijzonder belangrijk was voor vrouwen die schreven in de vroegmoderne tijd. Met een specifieke blik op het theater en werken van Elizabeth Cary en Katharina Lescailje, zal ik bespreken hoe we publieke-sfeer theorie en verschillende perspectieven op de ideologie van de huishoudelijke sfeer en privacy kunnen toepassen op het werk van individuele vrouwen.

Nina Geerdink, Verdienmodellen voor schrijvende vrouwen: het probleem van de publiciteit

Publiceren en misschien zelfs het opzoeken van de publiciteit lijken cruciaal voor wie in de vroegmoderne tijd wat wilde verdienen met literair werk – of dat nu via de markt, middels patronage, of middels ‘nevenactiviteiten’ was. Voor Nederlandse vrouwen lijkt een verdienmodel voor hun literaire werk echter problematisch te zijn. In mijn bijdrage verken ik hun mogelijkheden voor commerciële activiteiten.

Martine van Elk is Professor of English Literature at California State University Long Beach. Voor publicaties: https://csulb.academia.edu/MartineVanElk

Nina Geerdink is Universitair docent vroegmoderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht: http://www.uu.nl/medewerkers/NGeerdink/0

Call for papers jaarcongres 2016

Ouderdom

Oud… maar niet versleten! Ouderdom in de zeventiende eeuw

27 augustus 2016, Katholieke Universiteit Leuven

Kleurrijke affiches waarop levenskrachtige bejaarden zich in het zweet werken in de fitness; politieke partijen, met blitse namen zoals OPA en WOW, die hun “grijze” achterban in de Kamer vertegenwoordigen; Benidorm Bastards die met hun rollator over het scherm scheuren: het zijn maar enkele voorbeelden van de wijze waarop ouderdom in onze hedendaagse samenleving ervaren, voorgesteld en beleefd wordt. Hoewel de grenzen niet altijd even zichtbaar zijn, lijkt een “ouderencultuur” langzaam vorm te krijgen, waarbij steekwoorden zoals “hip”, “vitaal” of “actief” veelvuldig opduiken. Dit congres wil de schijnwerpers op de lange zeventiende eeuw richten. Waar jeugdcultuur in het verleden vaak het voorwerp van onderzoek was, weten we immers opvallend weinig over “ouderencultuur.” Daarnaast willen we niet alleen op mensen, maar ook op objecten inzoomen. Wanneer werd iets of iemand als oud omschreven of gebrandmerkt? Welke positieve betekenissen (wijs, bedaagd, eerbiedwaardig) of negatieve connotaties (aftands, oubollig, versleten) kleefden er aan ouderdom? Hoe rekbaar waren oud en ouderdom als begrip?

De volledige call for papers staat hier. Abstracts kunnen ingestuurd worden tot 8 mei 2016.