Postgraduate Colloquium London: Urban Space and Civic Identity in the Low Countries and Beyond


City Lights: Urban Space and Civic Identity in the Low Countries and Beyond

Senate House, University of London

9-10 July 2020

‘The cities of the world are concentric, isomorphic, synchronic … It’s the effect of their permanent revolution, their intense circulation, their instantaneous magnetism – so different from the rural universe where a sense of the global simultaneity of exchanges does not exist’.

Jean Baudrillard.

Caesar van Everdingen, Diogenes Seeks a True Man, 1652. Mauritshuis, The Hague.

The Association for Low Countries Studies is delighted to announce its third postgraduate colloquium, “City Lights”. Proposals are invited from PhD candidates and early career researchers in the humanities and social sciences. The colloquium will bring together young scholars from the UK and internationally to explore urban space and civic identity in Benelux from an interdisciplinary perspective.

The Low Countries is one of the world’s most urbanised regions. Since the Middle Ages, advances in mercantilism, industry and land reclamation had spurred Bruges, Antwerp and Amsterdam toward exponential growth. Meanwhile, claims to political autonomy and religious freedom caused tension with the powers that be, erupting most violently during the Eighty Years’ War (1568-1648). Today, many Netherlandish cities retain a unique sense of identity, manifested in dialects, local legends and civic buildings.

Cities are the engines of culture for both their social connectivity and their inspiring topographies. Chambers of rhetoric were once a mainstay of burgerlijk culture, while civic guilds commissioned some of Rembrandt’s most celebrated works, not least the Night Watch. Entire sub-industries of painting capitalised upon the beauty of Amsterdam’s canals and Utrecht’s churches, and Amsterdam has continued to inspire writers and filmmakers, from Albert Camus to Paul Verhoeven. Are cities replete with utopian possibility, or are they moral and ecological miasmas? As Plato remarked in the Republic, ‘Any city, however small, is in fact divided into two, one the city of the poor, the other of the rich’. How does the countryside compare?

Proposals on this year’s theme are broadly welcome, but those covering cities and empire, as well as the phenomenology of urban space (including smell- and soundscapes), especially so.

Please send an abstract of no more than 300 words to Adam Sammut, c/o, with “ALCS 2020” in the subject heading, together with a short biography. Bursaries will be available, with priority given to self-funded students. Please indicate should you wish to be considered.

Deadline for submissions: 31 March 2020.

Voorstelling The Miller + The King gaat niet door

Eerder stond op onze website een aankondiging voor een bijzondere theateravond: de voorstelling The Miller + The King (Amsterdam, Crea, 19 maart). Vanwege de risico’s rondom het Coronavirus hebben de organisatoren besloten om de voorstelling niet door te laten gaan. Als u kaarten gekocht had, krijgt u bericht over terugbetaling van het entreegeld. We hopen op een herkansing later dit jaar.

Thijssen-Schoute MA Thesis Award 2020

The Dr. C. Louise Thijssen-Schoute Foundation is soliciting nominations for the 2020 award for the best MA-thesis on early modern Dutch intellectual history. Established in 1961, Louise Thijssen-Schoute Foundation aims to encourage research in the history of ideas of the early modern Netherlands. According to the will of Dr. Thijssen-Schoute – the author of an influential work on Dutch Cartesianism – financial support could be given to projects and publications conferences devoted to the emergence and dissemination of new philosophical ideas, as well as the intersections of literature and science in the seventeenth- and early eighteenth century. Moreover, the Foundation has established special chairs at VU University Amsterdam and the Radboud University Nijmegen

The Foundation has established a bi-annual prize for the best MA thesis within the aims of her statutes, as summarized above. This award recognizes original and distinguished research for a final thesis at a (research)master’s level, either submitted to a university in the Netherlands or abroad. The award consists of a prize of 2000 Euros, and a certificate of appreciation. Any final-year student who has completed her/his Master’s thesis with distinction (80% or higher, or in the Dutch rating at least an 8 out of 10) can apply. The thesis must be written in Dutch, English, French or German. An independent jury will judge the applications submitted, and advise the board of the Thijssen-Schoute Foundation. The Board’s decision is final, and no correspondence will be entered into.

The Thijssen-Schoute MA-Thesis Award 2020 is open for students who have earned their master’s degree between 31 August 2018 and 31 August 2020. All nominations should be submitted electronically as a pdf file before 1 December 2020 to the Foundation’s Secretary. These should consist of a digital copy of the thesis, a document confirming graduation (including grade) issued by the faculty, and a cv.

For more information please contact the Foundation’s Secretary, Nina Geerdink (

The Miller + The King – Two classic plays as never seen before


19 March 2020: The Miller + The King – Two classic plays as never seen before

One Dutch, one English, one comic, one tragic – two classic 17th century plays in one outstanding evening

The renowned Theatergroep De Kale shares the stage with acclaimed English travelling company Oddbodies in an evening of physical ingenuity and visual flair. This unforgettable event, a historical first, is made possible by the collaboration of Stichting Bredero 2018, Princeton Institute for International and Regional Studies (PIIRS) and the Faculty of Humanities at the University of Amsterdam.

Bredero’s bawdy comedy De Klucht van de Molenaar (1613) charts the vibrant clash of cultures when city dame meets country ways. Actors Celia van den Boogert, Marieke de Kruijf, Vastert van Aardenne and Stijn Westenend deliver the spiciest Dutch you’ll ever hear. Victor van Swaay directs.

King Lear (1606) is Shakespeare’s tragedy performed in less than 80 minutes. A tale of blindness, betrayal, delusion, deceit, love, loyalty, lust and greed: the King’s demise as witnessed by his loyal fool. Funny, poignant, ultimately heartbreaking. Adapted and performed by one actor only: Paul Morel (“A fierce talent” Binge Fringe). Directed by John Mowat.

Time, location and tickets for the evening

  • Thursday 19 March 2020, 20.00hr
  • CREA Theater, Nieuwe Achtergracht 170
  • 1018 VW Amsterdam
  • Tickets (€ 17,50 (regular): tickets via De Kale / Students (€ 10,00): aanmelden bij
  • For more info, click here

In Memoriam Eddy Grootes

Prof.dr. Eddy Grootes (22 maart 1936- 5 februari 2020) werd in 2010 met grote instemming benoemd tot erelid van de Werkgroep Zeventiende Eeuw – er was dan ook alle reden voor dit eerbetoon. Eddy Grootes was één van de oprichters van de Werkgroep, en de eerste voorzitter, een taak die hij met daadkracht heeft vervuld. Om dat in te zien hoeft men alleen maar het beknopte verslag te lezen dat hij schreef over de oprichtingsvergadering. Eén enkele bladzijde, meer heeft hij niet nodig om uit te leggen wat de bedoeling is van de werkgroep – het vormen van een platform dat een coördinerende en stimulerende rol zou kunnen spelen tussen wetenschappers uit zulke verschillende disciplines als de geschiedenis, kunstgeschiedenis, neerlandistiek, kerkgeschiedenis en wetenschapsgeschiednis die zich bezig hielden met de Nederlandse zeventiende eeuw, naar voorbeeld van vergelijkbare verenigingen voor de achttiende en negentiende eeuw – en verslag te doen van de eerste bijeenkomst op 10 januari 1985 in Utrecht – onder barre weersomstandigheden, zo vermeldt hij erbij.

Er werden spijkers met koppen geslagen die dag en een half jaar later waren er ruim 300 leden uit Nederland en Vlaanderen, lag het eerste nummer van het nieuwe tijdschrift De Zeventiende Eeuw voor (met Eddy’s verslagje als openingstekst) en maakten de leden zich op voor het eerste interdisciplinaire congres. Daarmee waren alle ambities waar men mee begonnen was feitelijk al gerealiseerd. En het ging de Werkgroep voor de wind. De jaarlijkse congressen werden al snel het ontmoetingspunt voor vertegenwoordigers uit tal van disciplines die de – ruime – zeventiende eeuw bestudeerden. Het eerste congres, op 29 november 1985 in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, had als thema ‘Specialisatie en integratie’ en handelde dus over de kern: het verbinden van onderzoekers. Duidelijk was dat er behoefte was aan een vereniging als De Zeventiende Eeuw. Dat werd formeel bekrachtigd toen – nog steeds onder voorzitterschap van Eddy – de Werkgroep een plaats kreeg onder de vleugels van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde in 1989.

Een jaar later gaf Eddy de voorzittershamer van de Werkgroep, die inmiddels zo’n 500 leden telde, door aan Arthur Eyffinger. Voor zijn betrokkenheid maakte dat helemaal niets uit. Hij bleef meer dan meelevend lid, trad regelmatig op als spreker op de congressen, stelde daar altijd scherpe en ter zake doende vragen aan de andere sprekers en – alle latere voorzitters kunen dat beamen – verzuimde nooit de jaarvergadering. Zeker in de jaren dat die vergaderingen, aan het eind van meestal een lange congresdag, dusdanig gepland waren dat de bezoekers de keuze hadden tussen ofwel een borrel met hapjes, dan wel een vergadering over contributies, jaarrekeningen en congresthema’s was dat niet vanzelfsprekend – maar voor Eddy wel. En dus was het niet meer dan een daad van eenvoudige rechtvaardigheid dat hem het erelidmaatschap werd toegekend.

In zijn allereerste bijdrage aan het tijdschrift, het openingsartikel van het al genoemde eerste nummer, verdiepte Eddy Grootes zich in de vraag in hoeverre de zeventiende-eeuwse literatuur te gebruiken is als bron van historische kennis. Het is natuurlijk mooi passend bij de werkgroep, maar het zegt ook iets over hoe hij, vanuit zijn eigen discipline van de historische letterkunde, verbanden legde met de grotere werkelijkheid van die tijd. En dat niet alleen als academische oefening, maar vooral en juist ook als bevlogen wetenschapper die zijn kennis en inzichten genereus deelde en zich gretig en geïnteresseerd op de hoogte stelde van het werk van anderen. Om die redenen herdenken wij Eddy Grootes met groot respect als oprichter, erelid, maar vooral als inspirator.

Johan Koppenol


Ons bereikte het droevige bericht dat prof.dr. E.K. Grootes (22 maart 1936 – 5 februari 2020) is overleden. Eddy Grootes was een van de oprichters van de Werkgroep De Zeventiende Eeuw, de eerste voorzitter en ook lang daarna nog een drijvende kracht en meer dan betrokken lid. Om die reden is hij dan ook ook benoemd tot erelid, een titel die hem meer dan toekwam. Wij herdenken Eddy als een wijze, bedachtzame en betrokken bestuurder die bruggen kon slaan tussen disciplines en mensen.

CfP Jaarcongres: The Cultural Dimension of Dutch Overseas Expansion

Call for Papers: Jaarcongres Werkgroep Zeventiende Eeuw

Universiteit Utrecht, vrijdag 28 augustus 2020

De culturele dimensie van de Nederlandse expansie overzee

“Het is alleen gelt en geen wetenschap die onse luyden soeken aldaer [in Indië], ’t gunt is te beklagen”, treurde de Amsterdamse burgemeester en VOC-bestuurder Nicolaes Witsen in 1712. De Nederlandse handelscompagnieën staan om veel bekend, maar niet om hun interesse in cultuur. Zo merkte niet een van de VOC-dienaren op dat zich op Java de grootste Boeddhistische tempel ter wereld bevindt (de Borobudur), en duurde het tot 1814 voordat deze werd herontdekt (door de Engelsen). Evenmin ambieerden Nederlandse dichters een navolging van de epische lofzang door Luís de Camões op de Portugese wereldwijde zeevaart. De Nederlandse expansie had een aantoonbare invloed op natuurwetenschap en geneeskunde, zoals Harold Cook aantoonde in Matters of Exchange: Commerce, Medicine, and Science in the Dutch Golden Age (2007). Maar wat waren de gevolgen – als die er al waren – voor cultuur en geesteswetenschappen?

Op dit gebied is er nog veel te ontdekken. Nederlandse geldzucht lag immers ten grondslag aan de vroegste uitwisseling van materiële cultuur op echt mondiale schaal, met het verschepen van 40 miljoen stuks Chinees porselein van Oost-Azië naar Europa en Amerika. In verschillende steden in de Republiek verkochten gespecialiseerde “Indische” winkels rariteiten uit zes continenten. Reisverslagen – zelfs als ze door de VOC werden besteld en dus voornamelijk een handelsoogmerk hadden – bevatten tussen de regels door een schat aan etnografische informatie. Enkelingen met geleerde interesses doorbraken het commerciële patroon, wat resulteerde in de eerste Westerse vertalingen uit het Sanskriet (door Abraham Rogerius, 1651), van een Hindoeïstische iconografische tekst (door Philips Angel, 1657) en van het belangrijkste werk van Confucius (door Pieter van Hoorn, 1675). Zij deden waarschijnlijk een beroep op moedertaalsprekers ter plaatse; niet-Westerse  perspectieven komen nog scherper in beeld bij het bezoek van minstens drie Chinezen aan Nederland en bij de Afrikanen die model zaten voor Amsterdamse schilders.

Dit congres brengt wetenschappers uit verschillende disciplines samen –maritiem historici, kunsthistorici, wetenschapshistorici, religiewetenschappers en letter- en taalkundigen – om de culturele dimensie van de Nederlandse overzeese expansie in kaart te brengen. Twee “keynote” lezingen worden verzorgd door dr. Roelof van Gelder en dr. Mariana Françozo (Universiteit Leiden).

Mogelijke onderwerpen:

  • Culturele aspecten (taal, kunst, muziek, mythologie, religie) die in reisverslagen aan de orde komen;
  • Niet-Westerse thema’s in Nederlandse literatuur (van Moortje tot Zungchin);
  • De beeldvorming van de volkeren van de wereld, waaronder tot slaaf gemaakten en niet-Westerse bezoekers aan de Lage Landen;
  • Handel, consumptie, interpretatie en imitatie van niet-Westerse materiële cultuur;
  • Vertalingen, woordenboeken en grammatica’s;
  • Nederlandse culturele industrie (werkplaatsen van drukkers, schilders en ambachtslieden) overzee;
  • Onderwijs in de context van de VOC en WIC;
  • De culturele doorwerking van ontmoetingen, confrontaties, slavernij en kolonialisme;
  • Uitdagingen gesteld door geschiedschrijving, religie en filosofie van buiten Europa.

Werkgroep De Zeventiende Eeuw nodigt iedereen die een bijdrage (in het Nederlands of het Engels) wil leveren aan het congres uit om een korte samenvatting (maximaal 300 woorden) en CV (max. 100 woorden) in te sturen voor een paper van maximaal 20 minuten. Eveneens welkom zijn voorstellen voor een complete sessie, bestaande uit drie papers. Abstracts kunnen tot uiterlijk 15 maart 2020 ingestuurd worden naar Jaap de Haan (

Organisatie: Marjolein Bol, Surekha Davis, Jaap de Haan, Cora van de Poppe, Thijs Weststeijn

Hier vind je een PDF van deze call voor papers: Cfp_jaarcongres2020_De culturele dimensie van Nederlandse expansie overzee

English translation below.


Call for Papers: Jaarcongres Werkgroep Zeventiende Eeuw

Utrecht University, Friday 28 August 2020

The Cultural Dimension of Dutch Overseas Expansion

“It is only money and not knowledge that our people are seeking [in the East Indies], which is to be lamented”, complained the Amsterdam mayor and VOC governor, Nicolaes Witsen, in 1712. The Dutch trading companies may have been associated with various qualities, but an interest in culture was not one of them. None of the VOC officials even noted the presence of the world’s biggest Buddhist temple, the Borobudur, on the island of Java, leaving its re-discovery to the British in 1814. No Dutch writer tried to emulate the epic celebration of the Portuguese maritime empire by Luís de Camões. Dutch expansion had an obvious impact on the sciences and medicine, as demonstrated in Harold Cook’s Matters of Exchange: Commerce, Medicine, and Science in the Dutch Golden Age (2007). But what, if any, was its impact on culture and the humanities?

Here there is, in fact, a fruitful scholarly field that largely remains to be explored. For example, Dutch lust for money set in motion the first transfer of culture on a truly global scale, when 40 million pieces of Chinese porcelain were shipped from East Asia to Europe and the Americas. “Indies shops” in different Dutch cities sold curiosities from six continents. Travelogues – even when ordered by the VOC and predominantly mercantile in outlook – offered a wealth of ethnographic knowledge for the attentive reader. Scholarly-minded individuals could break the commercial pattern, resulting in the first Western translations of a work in Sanskrit (by Abraham Rogerius, 1651), a work of Hindu iconography (by Philips Angel, 1657), and the main work of Confucius (by Pieter van Hoorn, 1675). They must have relied on the expertise of local native speakers; non-Western perspectives come into even clearer focus with at least three Chinese men who visited the Netherlands and with the Africans who sat for Amsterdam painters.

This conference brings together historians of culture, art, literature, language, philosophy, science, and religion to arrive at a fuller picture of the cultural dimensions of Dutch overseas expansion. The keynote lectures will be given by Dr. Roelof van Gelder and Dr. Mariana Françozo (Leiden University).

Possible themes include:

  • Cultural topics (art, literature, language, music, mythology, religion) addressed in travelogues
  • Non-Western themes in Dutch literature and drama (from Moortje to Zungchin)
  • Representations of the world’s peoples, including enslaved persons and non-Western visitors to the Low Countries
  • Trade, consumption, interpretation, and imitation of non-Western material culture
  • Translations, dictionaries, and grammars
  • Cultural industries (print shops, painting studios, artisan’s workshops) established overseas
  • Cultural education in the context of the VOC and WIC
  • The impact on culture of cross-cultural encounters, slavery, servitude, and colonialism
  • Challenges posed by historiographies, religions, and philosophies from beyond Europe

Working group De Zeventiende Eeuw invites all interested in this topic to send in an abstract (max. 300 w) and curriculum (max. 100 w) for a paper (in English or Dutch) of 20 minutes. Proposals for sessions, consisting of three papers, are also welcome. Deadline for abstracts: 15 March 2020, to Jaap de Haan (

Organizing Committee: Marjolein Bol, Surekha Davis, Jaap de Haan, Cora van de Poppe, Thijs Weststeijn



Scriptieprijs Werkgroep

In het jaar 2000 heeft de Werkgroep De Zeventiende Eeuw de DZE-scriptieprijs ingesteld. Sindsdien wordt deze prijs jaarlijks – en vanaf 2007 tweejaarlijks – uitgeloofd voor een uitstekende masterscriptie op het gebied van de zeventiende-eeuwse cultuur in de Nederlanden, in de ruime betekenis van het woord.

Ook in 2020 wordt de tweejaarlijkse prijs (€500,-) weer uitgeloofd. De jury roept leden-docenten op om de prijs onder de aandacht te brengen van studenten die in de kalenderjaren 2018 en 2019 een goede (onderzoeks) MA-scriptie hebben geschreven op het gebied van de cultuur in de Nederlanden tussen 1550 en 1720. Deelname staat open voor scripties uit alle relevante disciplines. Ook in het Engels, Duits of Frans geschreven scripties komen in aanmerking. De jury bestaat uit Helmer Helmers (Universiteit van Amsterdam), Carolina Lenarduzzi (Universiteit Leiden) en Femke Diercks (Rijksmuseum).

De winnende scriptant wordt in de gelegenheid gesteld (een gedeelte van) de scriptie om te werken  tot een artikel voor het Jaarboek De zeventiende eeuw of het Open Access peer reviewed tijdschrift Early Modern Low Countries. De redactie van het desbetreffende tijdschrift zal hierbij assisteren. Voorwaarde is wel dat het materiaal uit de scriptie niet al elders is gepubliceerd of aan andere tijdschriften is aangeboden.

Kandidaten dienen hun scriptie in drievoud, vergezeld van een referentiebrief van de scriptiebegeleider, een beknopt curriculum vitae en enige informatie over de scriptie (periode van onderzoek, korte samenvatting) voor 15 april 2020 op te sturen naar de secretaris van de jury:

Carolina Lenarduzzi

Koninginneduinweg 2

2061 AM Bloemendaal